Zuid India
Een avontuur vol cultuur, chaotische drukte, historie en indrukwekkende landschappen.
Motorrijden en avontuur gaan niet samen op onze vlakke wegen met strak georganiseerd verkeer. Zo anders is het in Zuid india, goed voor absolute wanorde vol uitdagingen en verrassingen in een decor van theeplantages, mysterieuze tempels, bergen die heuvels heten en oneindige vergezichten. en dat alles op een ronkende royal enfield bullet, een overblijfsel van de britse overheersing.
De Royal Enfield factory ging na zo’n 70 jaar, net als vele anderen, ten onder aan de expansiedrift van goedkoop geproduceerde Japanse motoren. Door toedoen van een eerder gesloten deal was men in staat om de naam Enfield in India te handhaven en de productie van onder andere de legendarische Enfield Bullet voort te zetten. Tot op de dag van vandaag rollen er nieuwe Royal Enfields uit de Indiase fabriek in Chennai, hoofdstad van de deelstaat Tamil Nadu.
En dus kunnen we het niet maken, nu we toch in Chennai zijn, om geen bezoek aan de Enfield fabrieken te brengen. Tenslotte zullen we de komendedriewekendoorbrengenophetzadelvandithistorischeraspaardje. Na lang wachten, constateren we dat een afspraak met de manager van de fabriek net zo betrouwbaar is als de motor zelf. Er word ons geen strobreed in de weg gelegd wanneer we dan maar op eigen initiatief de fabriek in lopen. De montage/assemblage van de motor blijkt, net als bij sommige zeer exclusieve merken en custom made bikes, nog volledig handwerk. Van het spaken van de wielen tot het spuiten van de verf. En als het niet hele- maal past, een klap met de hamer en klaar.
De volgende dag is het zo ver. De Enfield wordt aangetrapt en we gaan op pad. Het verkeer in het voormalige Madras is, tja hoe zal ik het zeggen, oor- verdovend en chaotisch? Elke centimeter asfalt wordt er benut. Knalgele TukTuks laveren behendig tussen vrachtwagens door en fietsers, brommers en riksja’s schieten van links naar rechts en weer terug. Veel buitenspiegels van personenauto’s ontbreken, die zijn er - meteen vanuit de fabriek - al af- gereden. Zonder zich iets aan te trekken van het oorverdovende kabaal van permanent ingedrukte claxons liggen koeien stoïcijns midden op de weg te herkauwen. In de smalle straatjes langs de kust doen vrouwen de was in eenvoudige plastic teilen. In bouwvallige stalletjes kan een keuze gemaakt worden uit groente, fruit en specerijen, aan de overkant van de straat wordt vers gevangen vis behendig schoongemaakt. Op dit soort plekken voel je nog dat Chennai van oorsprong geen stad is maar een samensmelting van vele vissersdorpjes.
Wanneer je op de motor door de deelstaat Tamil Nadu rijdt, geniet je aller- eerst van mooie asfaltwegen door exotische landschappen van rijstvelden en palmenbossen en verbaas je je vervolgens over de enorme hoeveelheid tempels. Je ontkomt er bijna niet aan. Waar je ook kijkt, ergens staat wel een bontgekleurde, rijk gedecoreerde tempeltoren. Verbijsterend zijn de vier Gopura’s (poortgebouwen) van de Minakshi Sundareshvaratempel. Ja ja, probeer dat maar eens in één keer goed uit te spreken. Deze meer dan 50 meter hoge torens zijn van boven tot onder bedekt met bontgekleurde beelden van goden, mythische dieren en monsters. Indrukwekkend is de in 1010 voltooide granieten Brihadischvaratempel. Ook deze tempel is bedekt met veel beelden waarvan sommigen toch wel op zeer gedetailleerde wijze de voortplanting uitbeelden. Gids Ajeesh ziet me kijken, glimlacht en zegt: “Geloven is leven en zonder voortplanting is er geen leven”. De mooiste tempel vond ik toch wel de Pancha Ratha’s. Een klein, zevende eeuws com- plex van tempels die uit één brok graniet zijn gehouwen.
In het grensgebied van Tamil Nadu en Kerale worden we tegengehouden door de slagboom van het Mudumalai Tiger reserve. De vriendelijk glimla- chende rangers, een stuk of elf, ieder druk met zijn eigen taak, gebaren ons toch vooral naar binnen te komen. “Of we verder kunnen op de motor”, luidt onze vraag. Met die typisch Indiase hoofdbeweging wordt gewezen naar een hutje aan de overkant van de weg. Onder het toeziend oog van een paar apen
wisselen een handvol Rupees van eigenaar en worden er heel veel stem- pels gezet. Tien meter verderop worden de stempels weer gecontroleerd, de slagboom voor ons opengedaan en met luid kabaal begeven mens en motor zich in het leefgebied van de Indiase olifant en Bengaalse tijger. Een bord waarschuwt nog: No parking, No Photo’s, No Picnic. Ja, ja, dat zal wel... Lachend rijden we verder en bocht na bocht slingeren we omhoog en weer omlaag, genietend van het heuvelachtige savannelandschap en de steeds weer wisselende vergezichten. Wanneer op het asfalt van de weg de eer- ste hopen dampende olifantenstront worden ontdekt, verstomt het gelach. Nonchalant haalt onze gids de schouders op: “ongeveer vijf minuten oud”, zegt hij glimlachend en rijdt verder. Olifanten zo dichtbij? Waarom dan ook geen tijgers, zo wordt geredeneerd...
De droge savanne gaat over in jungle, het stof wordt weggespoeld door een verfrissende regenbui. Tijd om te schuilen en te lunchen. Verscholen tus- sen kokospalmen vinden we een houten hutje. Wat interieur betreft zijn Zuid Indiase restaurants onder te verdelen in twee categorieën, heel donker of heel licht. Dit restaurant was eenvoudig en donker. Vanachter het kralen gordijn komt een jonge vrouw het restaurant in. Oogverblindend in haar aquamarijnen outfit en met meer rondingen dan anatomisch mogelijk lijkt. Zo donker was het toch blijkbaar ook weer niet. Met gracieuze bewegingen worden palmbladeren op tafel neergelegd en dampende gerechten uitge- stald waarvan ik de naam net zo snel weer vergeet als dat deze worden uitgesproken. De explosie van geur en smaak die ons treft is een culinaire afspiegeling van die fantastische Zuid Indiase cultuur.
Verzadigd van weer een overvloedige warme maaltijd trappen we loom de dappere 1 pitter aan. Of het door de lunch komt, geen idee, maar ergens hebben we een afslag gemist, misschien wel twee. De meegebrachte kaar- ten blijken verre van volledig en de GPS is, zo ervaren wij: onbetrouwbaar. Ook de bewegwijzering is aan ons niet besteed. De pijlen begrijpen we, het waar naar toe niet. En nu zijn we dus hopeloos verdwaald. Het ingeslagen bospad brengt ons van de ene glooiende heuveltop naar de andere, door een landschap van palmen, bamboe, kabbelende riviertjes, romantische water- vallen en strak aangelegde theeplantages.
We overnachten tussen de theestruiken. Van een eenvoudige uit beton opgetrokken loods zijn zes kamers gemaakt die van binnen verrassend schoon en compleet zijn ingericht. Geen televisie natuurlijk, ook geen mo- biel bereik maar wel een schoon bed, warme douche en; dikke dekens? Het avondeten wordt bereid door de vrouw des huizes en weer eten we meer dan dat we honger hebben, het is ook te lekker. Als de laatste zonnestralen achter de bergtoppen verdwijnen, koelt het zeer snel af. De eerder sceptisch bekeken dikke dekens blijken geen overbodige luxe te zijn. Zwijgend staar ik in de vlammen van het net aangestoken houtvuur en probeer te bevatten wat ik de afgelopen weken allemaal gezien en meegemaakt heb. Onbewust vergelijk ik deze reis met de reizen die ik op de motor door de Himalaya heb gemaakt. Jarenlang stond de Himalaya reis met stip op één. Je mag niet vergelijken, je kan het ook niet vergelijken maar stiekem moet ik bekennen dat er voor mij een nieuwe nummer één is....
Travel 2 Explore geeft op woensdagavond 30 mei een presentatie over de motorreis naar Zuid India. Kijk op www.travel2explore.com voor locatie en tijdstip van deze presentatie of voor een greep uit de andere avontuurlijke motorreizen die Travel 2 Explore aanbiedt.


